eén opdrachtgever onvoldoende voor ib-ondernemerschap
Gepubliceerd op: 8 oktober 2020
een man drijft sinds 2008 een onderhoudsbedrijf. tot 2010 was hij ook in loondienst bij een bv. de man sluit met deze bv een mondelinge overeenkomst, waarin wordt afgesproken dat hij vanaf 2010 als zelfstandige onderhouds- en reparatiewerkzaamheden verricht aan machines van de bv. de bv is vrijwel zijn enige opdrachtgever. hij heeft een var-wuo, maar de inspecteur meent naar aanleiding van de uitkomsten van een boekenonderzoek, dat hij geen ib-ondernemer is maar resultaatgenieter. die stelling is volgens hof den haag juist. de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling zijn daarom terecht gecorrigeerd.
het feit dat de man maar vrijwel één opdrachtgever heeft, is niet uitsluitend bepalend geweest voor de uitkomst van deze procedure. de volgende omstandigheden hebben het oordeel van het hof mede bepaald:
de bv bepaalt welke werkzaamheden de man per dag en per week moet verrichten;
de bv stelt het benodigde materiaal ter beschikking;
de man moet op vaste tijden aanwezig zijn;
de man krijgt ook doorbetaald als er geen werk is;
de man maakt niet actief reclame voor zijn onderneming;