Derde nota van wijziging Belastingplan 2026
Heeft je klant bedrijfsmiddelen met een waarde in het economische verkeer van minimaal € 100.000, die hij zowel voor privé- als voor bedrijfsdoeleinden gebruikt (keuzevermogen)? Dan komen deze sinds 1 januari 2025 slechts in aanmerking voor toepassing van de BOR en de DSR ab voor zover ze voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. Bovengenoemd bedrag wordt vanaf 2026 jaarlijks geïndexeerd. De DSR ab staat in de Wet IB 2001, waarvoor de tabelcorrectiefactor beperkt wordt toegepast in 2026. De BOR staat in de SW, waarvoor geen beperkte tabelcorrectie geldt. Dit verschil leidt tot een ongelijke indexatie. De derde nota van wijziging bij het Belastingplan 2026 voorkomt dit.
De derde nota van wijziging regelt dat het bedrag van minimaal € 100.000 voor bedrijfsmiddelen die tot het keuzevermogen behoren, ook voor de DSR ab per 1 januari 2026 met de volledige tabelcorrectiefactor wordt geïndexeerd. Het bedrag voor bedrijfsmiddelen die tot het keuzevermogen behoren komt daardoor per 1 januari 2026 zowel voor de BOR als voor de DSR ab (na afronding) uit op € 103.000. Zo blijven de grondslagen voor de zogenoemde keuzevermogenmaatregel voor toepassing van de BOR en de DSR ab gelijk.