een dga is voor 50% middellijk aandeelhouder van een bv die een horecaonderneming exploiteert. de inspecteur stelt vast dat de kas van de bv is gemanipuleerd en dat omzet is verzwegen. daarom vraagt hij bankafschriften op bij de dga. daaruit blijkt dat er 203 contante stortingen van samen ruim € 212.000 op zijn privérekening zijn gedaan, die niet in het kasboek van de bv zijn geboekt. volgens de dga zijn de stortingen opbrengsten van zijn gokverslaving die hij samen met spaargeld op de zolder bewaart. de inspecteur meent dat de stortingen uitdelingen zijn en legt navorderingsaanslagen op, verhoogd met vergrijpboeten van 50%.
hof den haag stelt eerst vast dat het ontdekken van de stortingen een nieuw feit oplevert dat navordering rechtvaardigt. vervolgens stelt het hof vast dat de betreffende correctie bij de bv in de vpb en de btw inmiddels al vaststaan. dat maakt de uitleg van de dga ongeloofwaardig. bovendien is het vermeende contante spaargeld ook niet aangegeven in box 3. de stortingen zijn terecht als uitdelingen aangemerkt.
ook de vergrijpboeten zijn terecht opgelegd. het is aan de voorwaardelijke opzet van de dga te wijten dat er te weinig belasting is geheven. de boetes zijn daarom passend en geboden.