box-3-heffing in strijd met evrm maar aanslagen blijven weer in stand
Gepubliceerd op: 14 oktober 2021
de box-3-heffing over 2015 en 2016 en over 2017 en 2018 is in strijd met het evrm. dat oordeelt hof den haag. de box-3-heffing over 2015 en 2016 schendt artikel 1 eerste protocol evrm. het nominaal zonder risico’s gemiddeld haalbare rendement is in die jaren namelijk lager dan 1,2%. de sinds 2017 gewijzigde box-3-heffing is in 2017 en 2018 in strijd met het discriminatieverbod van artikel 14 evrm. de wetgever heeft er namelijk voor gekozen om 40% van de belastingplichtigen met box-3-vermogen te belasten alsof zij hun vermogen ook deels beleggen. zij worden daardoor belast voor hogere inkomsten dan zij feitelijk hebben genoten. hiermee heeft de wetgever haar ruime beoordelingsvrijheid overschreden.
ook oordeelt het hof dat de belastingplichtige in deze zaak niet aannemelijk heeft gemaakt dat in de jaren 2015 tot en met 2018 sprake is van een individuele en buitensporige last. nu er geen sprake is van een individuele en buitensporige last, maar van een rechtstekort op stelselniveau, ziet hof den haag – net als de hoge raad – voorlopig geen aanleiding om zelf een regeling te treffen die de schendingen opheft. de wetgever zal keuzes moeten maken om dat rechtstekort op stelselniveau op te heffen. de rechter past daarbij terughoudendheid ten opzichte van de wetgever.