een man moet in 2015 box-3-heffing betalen over 4% van zijn bank- en spaartegoeden van ruim € 927.000. hij meent dat dit niet gerechtvaardigd is omdat hij daardoor wordt gedwongen om risicovol te beleggen. ook meent hij dat de box-3-heffing voor hem en zijn partner leidt tot een individuele buitensporige last. er is volgens
hof den haaggeen sprake van strijd met het gelijkheidsbeginsel van het evrm en/of met het recht op het ongestoord genot van eigendom van artikel 1 eerste protocol evrm. ook is voldaan aan het fair balance-vereiste. dat de man en zijn partner moeten interen op hun vermogen betekent niet dat er sprake is van een buitensporige last.