een man koopt in 2005 een bouwkavel voor de bouw van een eigen woning van prorail. de grond wordt gekocht op basis van een terugkooprecht, dat zijn moeder heeft verkregen bij de verkoop van een ander perceel grond aan prorail. de man heeft een vergunning voor de bouw van de woning op de aangekochte grond. vanwege een langdurige civielrechtelijke procedure tegen de gemeente en prorail over het terugkooprecht is in 2014 en 2015 nog niet gestart met de bouw van de woning. desondanks geeft de man de grond aan als eigen woning in zijn ib-aangiften. ten onrechte, oordeelt rechtbank zeeland-west-brabant. er is geen sprake van een woning in aanbouw.
volgens de rechtbank is er geen woning in aanbouw, omdat er nog geen bouwkundige werkzaamheden zijn verricht. ook biedt het besluit van 26 november 2014 de man geen soelaas. op grond van dit besluit zou ook sprake kunnen zijn van een woning in aanbouw als de feitelijke werkzaamheden (heien of aanleg fundering) nog niet zijn begonnen. daarvoor zijn concrete stappen nodig op grond waarvan redelijkerwijze valt te verwachten dat de bouwkundige werkzaamheden snel zullen beginnen. nu die concrete stappen ontbreken, moet deze goedkeuring uit het besluit buiten toepassing blijven. de bouwkavel vormt een box-3-bezitting, waarvoor de inspecteur terecht navorderingsaanslagen heeft opgelegd voor 2014 en 2015.