borgstellingsovereenkomst must voor aftrek borgstellingsverlies
Gepubliceerd op: 26 april 2023
een vrouw voert in haar ib-aangifte over 2015 een aftrekpost op van € 112.500. dit bedrag betreft een lening van de failliete bv van haar man, die zij heeft afgelost nadat zij door de bank was aangesproken als borg. de inspecteur vraagt haar de borgstellingsovereenkomst met de bank en een betalingsbewijs te overleggen. de vrouw overlegt alleen een brief van de bank waaruit de borgstelling zou moeten blijken. rechtbank zeeland-west-brabant oordeelt dat uit de brief niet blijkt dat zij als borg door de bank is aangesproken en dat zij heeft betaald. het ontbreken van de borgstellingsovereenkomst is op zichzelf al voldoende om de aftrek te weigeren.
de aftrek van een borgstellingsverlies vereist dus minimaal een borgstellingsovereenkomst. daarnaast moet de borgstelling ook zakelijk zijn. die zakelijkheid blijkt onder meer uit een redelijke vergoeding voor het risico dat de borgsteller loopt. dit is de vergoeding die een onafhankelijke derde zou eisen als hij hetzelfde risico zou lopen als de borgsteller. hoe hoger het risico des te hoger de vergoeding. maar ook weer niet te hoog, anders wordt de te hoge vergoeding mogelijk aangemerkt als verkapte winstuitdeling aan de borg.