De vrouw stelt dat zij sinds 1 juli 2020 onderneemster is. Toen is namelijk mondeling de samenwerking in de nieuwe vof overeengekomen. Volgens de inspecteur is zij pas vanaf 18 maart 2021 aan te merken als IB-onderneemster. Hij legt haar daarom een navorderingsaanslag IB 2021 op. Terecht, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. Het is aan de vrouw om aannemelijk te maken dat zij op een eerder moment al kwalificeert voor het IB-ondernemerschap. Uitsluitend de bewering dat er op 1 juli 2020 al een mondelinge overeenkomst zou zijn, is daarvoor onvoldoende. De navorderingsaanslag blijft in stand.

Tip

Adviseer ondernemers in verband met de bewijslast altijd om dit soort afspraken schriftelijk overeen te komen.