bij onzakelijk afsplitsing geen splitsingsvrijstelling ovb
Gepubliceerd op: 24 augustus 2017
Een koper van aandelen wil niet de onroerende zaken in de onderneming overnemen. Daarom worden deze afgesplitst en ondergebracht in een nieuw opgerichte BV. Vervolgens worden binnen drie jaar na de afsplitsing de aandelen in de onderneming verkocht aan de koper. De afsplitsing heeft bij wetsfictie plaatsgevonden op onzakelijke overwegingen, oordeelt Rechtbank Zeeland-West-Brabant. De opgerichte BV heeft namelijk niet het tegenbewijs geleverd dat aan de afsplitsing wel hoofdzakelijk zakelijke motieven ten grondslag liggen. De splitsingsvrijstelling geldt dan niet. Zij moet dus overdrachtsbelasting (OVB) betalen.