Besluit geruisloze omzetting geactualiseerd
Het Besluit geruisloze omzetting is geactualiseerd. Een belangrijke wijziging betreft de verruiming van de goedkeuring voor inbreng in een holding (onderdeel 3.4). De verruiming houdt in dat de holding bij inbreng de aandelen in ‘die dochtermaatschappij’ ook middellijk mag houden. Ook mag de holding de aandelen overdragen aan een nieuw op te richten dochter-bv of aan een bestaande dochter-bv zonder activiteiten. Tot nu toe stond de goedkeuring inbreng in de holding alleen toe als deze werd gevolgd door een overdracht (artikel 14 Wet Vpb) van de omgezette onderneming aan ‘die dochtervennootschap’, waarvan de activiteiten in dezelfde lijn liggen.
Een andere belangrijke wijziging betreft de vernieuwde achtste standaardvoorwaarde. De vernieuwing ziet op de voorwaarde die voorheen in een bijlage bij het besluit werd gesteld aan een geruisloze omzetting met een in het buitenland woonachtige aandeelhouder. Door de aanslag inkomstenbelasting over het jaar van omzetting te verhogen met het zogenoemde ‘geconserveerde bedrag’ wordt de heffing zekergesteld over de uit de omzetting voortvloeiende aanmerkelijkbelangclaim.
Een opsomming van alle inhoudelijke wijzigingen is opgenomen in de inleiding bij het geactualiseerde besluit (onderdeel 1).