beschikking ab-verlies niet nodig voor belastingkorting
Gepubliceerd op: 2 december 2021
een man had tot 13 december 2013 een aanmerkelijk belang (ab) in zijn bv. na ontbinding van de bv resteert een onverrekend ab-verlies van € 34.693. de man geeft dit ab-verlies niet aan in zijn ib-aangifte 2013 en de inspecteur stelt bij de ib-aanslag over 2013 dit verlies niet vast. wanneer de man in zijn ib-aangifte over 2015 het ab-verlies de verschuldigde ib wil verminderen met een belastingkorting van € 8.673 (25% van € 34.693) ter zake van het ab-verlies, gaat de inspecteur hier niet in mee. volgens hem is daarvoor vereist dat het ab-verlies bij beschikking is vastgesteld. dit standpunt is volgens rechtbank noord-nederland onjuist. de man heeft recht op de belastingkorting.
de rechtbank baseert haar oordeel op de wetsgeschiedenis van de regeling (artikel 4.53, lid 3 wet ib 2001). daaruit blijkt dat de wetgever de formalisering van de vaststelling van het onverrekende ab-verlies en de belastingkorting in één voor bezwaar vatbare beschikking heeft willen samenvoegen. daarbij wordt eerst het onverrekende ab-verlies vastgelegd, waarna de belastingkorting (25%) wordt vastgesteld. de wettelijke regeling schrijft niet voor dat het ab-verlies al op een eerder moment moet zijn vastgesteld.