Het hof oordeelt op grond van de volgende feiten en omstandigheden dat de kapitaalmarktrente rekening geen ‘banktegoed’ is maar tot de ‘overige bezittingen’ in box 3 moet worden gerekend:
- met het premievrij maken van de beleggingspolis is de polis niet beëindigd. Het saldo op de kapitaalmarktrente rekening is belegd vermogen binnen de polis en geen tegoed dat de bank moet terugbetalen;
- de kapitaalmarktrente rekening staat ook niet op naam van de echtgenoot, maar op naam van de levensverzekeraar;
- rechtstreeks opnemen is niet mogelijk. Daarvoor moet een verzoek worden gedaan bij de levensverzekeraar, die de opnamen verwerkt als een gedeeltelijke afkoop van de verzekering.
De kapitaalmarktrente rekening voldoet hierdoor niet aan de definitie van een deposito in de zin van de Wet op het financieel toezicht en daarmee niet aan de wettelijke definitie van een banktegoed voor het box-3-herstel.