afwaardering regresvordering niet ten laste van row door onzakelijke borgstelling
Gepubliceerd op: 6 februari 2020
een dga is middellijk aandeelhouder van een bv. ondanks de zwakke financiële positie van de bv stelt hij zich borg voor extra krediet van de bank. de overeengekomen borgstelling is ongelimiteerd zowel in omvang als in tijd. in 2015 wordt de bv failliet verklaard, waarna de bank de dga aanspreekt als borg. de dga brengt vervolgens het afwaarderingsverlies van de regresvordering ten laste van het resultaat uit overige werkzaamheden. de inspecteur maakt aannemelijk dat de borgstelling onzakelijk is, oordeelt rechtbank gelderland. een onafhankelijke derde zou niet onder dezelfde voorwaarden borg hebben gestaan. het verlies is niet aftrekbaar.
tip
een dga krijgt een regresvordering op zijn of haar bv als de bank de borgstelling heeft ingeroepen en de dga de schuld van zijn/haar bv heeft voldaan. de dga kan het verlies op de regresvordering vervolgens alleen aftrekken als de borgstellingsovereenkomst zakelijk tot stand is gekomen. die zakelijkheid blijkt onder meer uit een redelijke vergoeding voor het risico dat de dga loopt als borgsteller. dit is de vergoeding die een onafhankelijke derde zou eisen als hij hetzelfde risico zou lopen als de dga. wil jouw cliënt borg staan voor een lening van zijn of haar bv? attendeer jouw cliënt er dan op dat hij/zij een zakelijke borgstellingsvergoeding opneemt in de borgstellingsovereenkomst.