een bv sluit een banklening met een variabele rente. het risico op toekomstige rentestijgingen dekt zij af met renteswaps. doordat de markrente na het aangaan van de swaps is gedaald, is de waarde van de renteswaps negatief geworden. de bv heeft deze negatieve waarde afgetrokken van haar winst. de hoge raad oordeelt dat dit niet in strijd hoeft te zijn met het goed koopmansgebruik. een uitzondering geldt wanneer de renteswap samenhangt met een lening met een zeer beperkt variabele-renterisico. het realiteitsbeginsel verzet zich er dan tegen dat waardemutaties van de renteswaps worden verantwoord in het jaar waarin de marktrentewijzigingen zich voordoen.
de hoge raad stelt vast dat hof den haag onvoldoende heeft onderzocht:
of er een samenhang is tussen de renteswap en de variabel rentende lening; en
of het variabele-renterisico in hoge mate is beperkt.
de hoge raad verwijst daarom de zaak naar hof amsterdam om dit alsnog uit te zoeken.