Verhuurderheffing maakt geen inbreuk op recht van eigendom
Gepubliceerd op: 21 december 2017
Een BV verhuurt 57 woningen, waarvoor zij op 1 januari 2014 verhuurderheffing heeft betaald. De BV meent echter dat deze heffing inbreuk maakt op het recht van eigendom (artikel 1 Eerste Protocol EVRM) en dat er sprake is van ongeoorloofde discriminatie op grond van de artikelen 14 EVRM en 26 IVBPR. Daarvan is geen sprake, oordeelt Hof Den Haag. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat de wetgever de verschillen tussen woningcorporaties en particuliere verhuurders voldoende heeft onderkend. Maar hij heeft geconcludeerd dat zij voor de verhuurderheffing gelijk moeten worden behandeld. Deze keuze past binnen de ruime beoordelingsruimte die de wetgever heeft.
Wijzigingen per 1 januari 2018
De verhuurderheffing wijzigt op 1 januari 2018, waardoor particuliere verhuurders deze heffing mogelijk niet meer hoeven te betalen. Per die datum:
gaat de heffingsvrije voet omhoog van tien naar vijftig woningen;
treedt de vrijstelling voor rijksmonumenten in werking;
gaat het tarief omhoog naar 0,591% van de gemiddelde WOZ-waarde van de woningen;
wordt de maximale grondslag voor de verhuurderheffing een WOZ-waarde van € 250.000.
Tip
Heeft uw cliënt huurwoningen die aan de criteria voor de verhuurderheffing voldoen, maar leeg staan in verband met verkoop of sloop? Attendeer hen er dan op dat deze woningen niet meetellen voor de verhuurderheffing.