Advocaatkosten niet aftrekbaar als kosten eigenwoningschuld
Een man en een vrouw zijn gezamenlijk eigenaar van een woning. De vrouw is op 1 juli 2017 uitgeschreven in de BRP op het adres van de woning. Zij vordert van haar ex-man de verkoop van de woning, maar hij wil haar aandeel in de woning overnemen. Dit leidt tot juridische procedures, waarvoor de man in 2021 € 31.909 aan advocaatkosten betaalt. Hij trekt deze kosten af in zijn IB-aangifte 2021 als financieringskosten voor de eigen woning. De inspecteur weigert de aftrek. Rechtbank Gelderland gaat hierin mee. De man maakt niet aannemelijk dat de advocaatkosten rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld.
De man heeft de advocaatkosten gemaakt om zich te verweren tegen de vordering van zijn ex-vrouw tot verkoop van de woning. Hij voert aan dat de kosten royementskosten zijn die zien op het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van zijn ex-vrouw ten aanzien van de bestaande hypotheek en de nieuwe financiering van de woning. Zonder haar instemming (als mede-eigenaar) wordt zijn hypotheekaanvraag niet in behandeling genomen.
De inspecteur stelt dat de procedures zien op de verdeling van de woning. Die kosten zijn daarom niet aftrekbaar. Daarnaast heeft de man de bestaande hypotheek al afgelost, waardoor zijn ex-vrouw niet uit de hoofdelijke aansprakelijkheid hoeft te worden ontslagen. De royementkosten staan dus niet in rechtstreeks verband met het aflossen, verlengen of opnemen van een geldlening voor de eigen woning.
Oordeel rechtbank
De rechtbank oordeelt dat de man niet aannemelijk heeft gemaakt dat de royementskosten rechtstreeks voortvloeien uit het opnemen, verlengen of aflossen van de eigenwoningschuld. Deze kosten staan in een te ver verwijderd verband tot de financiering van de woning. Het zijn daarom geen kosten van een eigenwoninglening.