achteraf opgestelde urenstaat onvoldoende voor ondernemersfaciliteiten
Gepubliceerd op: 8 juni 2017
Een man heeft een bijstandsuitkering. Daarnaast maakt hij documentaires en promotiefilms en knapt hij computers op om deze weer te verkopen. Hij claimt voor zijn werkzaamheden de zelfstandigen- en startersaftrek. De inspecteur weigert dat omdat de man niet aannemelijk maakt dat hij voldoet aan het urencriterium. Daarvoor zijn de achteraf opgemaakte dag- en weekstaten aan de hand van aantekeningen in zijn agenda en zijn herinneringen onvoldoende. De zelfstandigen- en startersaftrek is terecht geweigerd, oordeelt Hof Arnhem-Leeuwarden. De achteraf opgestelde urenregistratie vormt daarvoor onvoldoende bewijs.
Het is van groot belang dat uw cliënt/ de ondernemer in een urenstaat vastlegt waaraan de werktijd voor de onderneming is besteed. Het is verstandig om dit zo spoedig mogelijk te doen, nadat de werkzaamheden zijn verricht. Het achteraf opstellen wordt regelmatig afgeschoten, omdat de informatie niet gedetailleerd genoeg is.
Een ondernemer voldoet aan het urencriterium voor de toepassing van de zelfstandigenaftrek als hij/zij:
minimaal 1.225 uren voor zijn/haar onderneming heeft gewerkt; én
voldoet aan het grotendeelscriterium.
Dit grotendeelscriterium kan met name roet in het eten gooien bij parttime ondernemerschap naast een dienstbetrekking. Wijs uw cliënt hierop in voorkomende gevallen.