Estate- en Financiële Planning

Was het overlijdensdividend belast – of juist niet?

gepubliceerd op: 28 november 2025

Duco hield 100% van de aandelen in Duco Holding BV. Duco komt in 2018 te overlijden en bij hem is afgerekend over het aanwezige beleggingsvermogen. Zijn vrouw en drie kinderen verkrijgen de aandelen via een legaat. In 2019 brengen de vier erfgenamen het belang in een nieuwe tussenholding in, die vervolgens in vieren wordt gesplitst. Zo krijgt ieder zijn eigen, persoonlijke holding. Binnen 24 maanden na overlijden keert Duco Holding BV een dividend uit aan de persoonlijke holdings. De persoonlijke holding van een van de kinderen (Jesper) keert een (overlijdens)dividend uit naar privé. Is deze laatste uitkering belast?

De inspecteur is van mening dat de uitkering belast is. Op grond van de letterlijke wettekst van artikel 4.42a van de Wet IB is de bepaling alleen van toepassing op aandelen die krachtens erfrecht zijn verkregen. De aandelen in de nieuwe persoonlijke holdings zijn niet door erfrecht verkregen. Dit betekent dat de dividenduitkering tot het ab-inkomen moet worden gerekend.

Jesper is van mening dat er in dat geval sprake is van dubbele heffing en dat is niet de bedoeling, aldus de strekking van artikel 4.42a. De rechtbank is het met Jesper eens en acht op basis van doel en strekking en de wetsgeschiedenis de bepaling van toepassing op de dividenduitkering. Bij de erflater is afgerekend over het beleggingsvermogen. De aandelen in de persoonlijke holdings zijn door de fiscaal gefacilieerde aandelenfusie en splitsing in de plaats getreden van de aandelen in Duco Holding B.V. Niet weersproken is dat de dividenduitkering haar oorsprong vindt in het beleggingsvermogen van Duco Holding B.V. Het indirecte overlijdensdividend is daarom terecht onbelast.

Hoewel deze informatie met zorg is samengesteld, adviseren wij om bij twijfel onze adviseurs te raadplegen voor een actueel en passend advies.