Estate- en Financiële Planning

Omslagpunt voor beleggen in bv of privé (1)

Tarieven zijn in beweging. Zowel het tarief vennootschapsbelasting als de tarieven inkomstenbelasting van box 2 en 3 zijn aan verandering onderhevig. Wat doet dat met de afweging om overtollige middelen in privé dan wel in een bv te gaan beleggen? Allereerst is het van belang om concreet te maken over welk vermogen we het hier hebben. Betreft het vermogen in een bv, waarop de box-2-claim nog drukt? Of betreft het vermogen dat nu al onbeclaimd in privé aanwezig is? De laatste categorie is de makkelijkste. Daar kunnen we ervoor kiezen om de allocatie enkel te laten afhangen van het te behalen rendement. Hoe werkt dat uit?

Als we het over beleggen hebben, moeten we enigszins vooruitkijken. Daarom baseer ik mijn berekeningen op de tarieven, zoals die naar huidige inschatting in 2022 en later zullen gelden. Voor de vennootschapsbelasting hanteer ik dan het lage tarief van 15%. Beleggen in de bv leidt dan tot een gecombineerde heffing van 15% plus 85% van 26,9%; in totaal dus 37,87% van het daadwerkelijk behaalde rendement. Beleggen in privé leidt bij de huidige inzichten tot een heffing van 33% van 5,33%, ofwel 1,76% van het belegde vermogen. Dat zijn appels en peren. Wil ik deze met elkaar vergelijken, dan past een vertaalslag; de variabele is dan het rendement. Het omslagpunt bereken ik dan op 4,647%. Bij dit rendement is de gecombineerde heffing bij beleggen in de bv exact gelijk aan de box-3-belasting bij beleggen in privé. Is het normatieve rendement lager, dan lijkt de keuze voor beleggen in de bv op de langere duur goedkoper en vice versa.

 

Tip

Heeft je cliënt vragen over de vermogensstructuur? Reken hem of haar dan het omslagpunt voor. Als er kosten voor een vermogensbeheerder worden gemaakt, moet het ambitieniveau uiteraard met deze kosten worden verhoogd.