Wat wilden de kinderen aantonen?
De vader van de kinderen was van 1957 tot 1976 gehuwd geweest met hun moeder. Dit huwelijk werd door echtscheiding ontbonden. Vader hertrouwde met zijn tweede echtgenote onder huwelijkse voorwaarden, wat een koude uitsluiting inhoudt. Dit huwelijk werd in 2024 ontbonden door de dood van vader. In zijn testament d.d. 27 maart 2017 had hij zijn kinderen uit het eerste huwelijk onterfd en zijn echtgenote benoemd tot enig erfgenaam en executeur. De kinderen deden vervolgens een beroep op hun legitieme portie. Om die legitieme goed te kunnen berekenen, wilden zij volledige inzage in de bankafschriften van hun vader en stiefmoeder. Volgens hen was dat nodig om te onderzoeken of er schenkingen waren gedaan en of er leningen waren verstrekt. Ook wilden zij zo onderzoeken of er sprake was van vergoedingsrechten tussen echtgenoten en of hun vader mogelijk méér had betaald aan de huishouding dan op grond van de huwelijkse voorwaarden nodig was. De stiefmoeder had echter al uitgebreide stukken verstrekt, waaronder een boedelbeschrijving, jaaroverzichten van bankrekeningen, belastingaangiften en stukken over hypotheekaflossingen.

Waarom wees de rechtbank het verzoek af?
De rechtbank oordeelde dat de kinderen onvoldoende concreet hadden gemaakt waarom álle bankafschriften nodig waren. Uit de al verstrekte stukken bleek volgens de rechtbank juist geen aanwijzing voor verborgen schenkingen of grote vermogensverschuivingen. De banktegoeden vertoonden over de jaren zelfs een geleidelijke stijging, wat niet paste bij omvangrijke onttrekkingen. Ook voor mogelijke vergoedingsrechten en andere aspecten zag de rechtbank onvoldoende aanleiding voor verder onderzoek. Wel wees de rechtbank erop dat de legitieme portie in deze situatie pas opeisbaar was na overlijden van de weduwe. De kinderen hadden hier niet bij stil gestaan.