kantonrechter moet inzage krijgen in centraal levenstestamentenregister
Gepubliceerd op: 16 juni 2017
Als iemand niet meer in staat is om zijn eigen belangen te behartigen, kunnen belanghebbenden bewind aanvragen via de kantonrechter. De rechter benoemt dan een bewindvoerder voor de financiële zaken en een mentor voor de medische zaken en de zorg. Soms wordt bewind aangevraagd zonder dat bekend is dat de belanghebbende een levenstestament heeft opgemaakt. Kantonrechters moeten kunnen nagaan of er een levenstestament is, voordat zij bewind uitspreken. Op die manier kunnen vastgelegde wensen in een levenstestament beter worden gerespecteerd. Kantonrechters zouden daarom inzage moeten krijgen in het Centraal Levenstestamentenregister.
In sommige situaties is niet bekend dat er een levenstestament is opgemaakt, of de aanvrager c.q. de aanvragers verzwijgen dit. Maar in een levenstestament heeft de belanghebbende nu net zelf bepaald wie zijn of haar belangen mag behartigen – en dat kan heel iemand anders zijn dan de beoogde bewindvoerder/mentor!
De Tweede Kamer heeft een paar maanden geleden tijdens het Algemeen Overleg Ouderenmishandeling een motie aangenomen, waarin de kantonrechters inzagerecht moeten krijgen in het Centraal Levenstestamentenregister. Daarvoor ontbreekt nu namelijk een wettelijke grondslag. Wanneer de kantonrechter inzagerecht heeft, kan hij bepalen of bewind wel nodig is. En zo ja, wie het bewindvoerder- en/of mentorschap dan het beste kan uitoefenen.