Achteraf ingediende aangifte erfbelasting doorslaggevend
Toen de moeder in 2018 overleed, ontstond discussie over de omvang van haar nalatenschap. De kinderen hadden door de nalatenschap van vader overbedelingsvorderingen op hun moeder gekregen. Die vorderingen vormden bij haar overlijden een schuld van haar nalatenschap. De hoogte van de overbedelingsschulden was echter niet meer eenvoudig vast te stellen. Eén van de erfgenamen stelde € 268.405 voor, terwijl de Belastingdienst uitkwam op € 112.500. Beide bedragen waren gebaseerd op schattingen. De rechtbank koos uiteindelijk geen van beide schattingen, maar sloot aan bij een bedrag van € 193.960, dat was opgenomen in de aangifte erfbelasting. Deze aangifte werd achteraf, in het jaar 2024, alsnog naar aanleiding van het overlijden van vader ingediend. Naar het oordeel van de rechtbank gaf deze aangifte een betere indicatie van de werkelijke waarde van de overbedelingsschuld dan de schatting van de inspecteur.
Let op verschil tussen fiscale en commerciële overbedelingsschuld
In dit kader is ook de uitspraak van rechtbank Den Haag op 19 mei 2026 nog van belang. Namelijk; je moet bij de berekening van de overbedelingsschuld uitgaan van de werkelijke waarde van de woning ten tijde van het eerste overlijden. De rechtbank verwijst in dit kader naar het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2009, V-N 2009/47.24, waaruit volgt dat ook wanneer na het eerste overlijden blijkt dat de werkelijke woningwaarde hoger is dan de destijds aangegeven waarde, de inspecteur bij het tweede overlijden de onderbedelingsvordering moet berekenen op basis van de werkelijke woningwaarde.
Tip
De overbedelingsschuld die uit de aangifte erfbelasting volgt, betreft de fiscale waarde. Deze is gebaseerd op de WOZ-waarde van de woning. Voor de waarde in het economisch verkeer is een taxatierapport nodig om uit te mogen gaan van een hogere onderbedelingsvordering.