Volgens de beide zussen wilde hun broer zijn partner de mogelijkheid geven om in de woning te blijven wonen – maar het resterende vermogen moest uiteindelijk wel naar hen gaan. De partner overleed in 2024 en had haar eigen erfgenaam benoemd. Daardoor dreigde de opbrengst van de verkochte woning bij die erfgenaam terecht te komen in plaats van bij de zussen.

Bedoeling erflater weegt mee
Bij de uitleg van een testament kijkt de rechter niet alleen naar de letterlijke tekst, maar ook naar de verhoudingen die de erflater kennelijk heeft willen regelen en de omstandigheden waaronder het testament is gemaakt. Dat volgt uit artikel 4:46 BW. De Rechtbank Noord-Holland vond in deze zaak verschillende aanwijzingen dat de man zijn zussen uiteindelijk wilde laten erven. Zo had hij hen als executeurs benoemd en kort voor zijn overlijden had hij een sleutel van zijn woning aan één van hen gegeven. Bovendien zou de tweetrapsmaking door het vervalbeding vanaf het begin feitelijk geen betekenis hebben gehad, terwijl er aanwijzingen waren dat de man juist wilde voorkomen dat de dochter van zijn partner van zijn nalatenschap zou erven.

Oordeel rechtbank

De Rechtbank Noord-Holland oordeelde op basis van het voornoemde dat het vervalbeding kennelijk abusievelijk in het testament was blijven staan en bij de uitleg buiten beschouwing moest blijven. De zussen kregen daarmee recht op het onverteerde deel van de nalatenschap, waaronder de netto-opbrengst van de woning. Het kwartje viel in deze situatie voor de zussen de goede kant uit, maar standaardbepalingen kunnen de bedoeling van een erflater dus onbedoeld doorkruisen.