Bij een overname is het belangrijk om onderscheid te maken in drie categorieën liquide middelen:
- Operationele liquide middelen: noodzakelijke liquide middelen om de onderneming normaal te laten functioneren, bijvoorbeeld de benodigde middelen om leveranciers, andere kortlopende verplichtingen en salarissen te betalen.
- Overtollige liquide middelen: liquide middelen die de onderneming niet nodig heeft voor de normale bedrijfsvoering. Deze overtollige liquide middelen kunnen in veel transacties als onderdeel van de Equity Bridge bij de aandeelhouderwaarde worden opgeteld.
- Trapped cash: op de balans aanwezige liquide middelen die niet of slechts onder voorwaarden beschikbaar kunnen worden gemaakt. Deze zijn daarom niet zonder meer als overtollige liquide middelen te beschouwen.
Wanneer is er sprake van trapped cash?
Een aantal voorbeelden:
- Buitenlandse dochtermaatschappijen. Liquide middelen kunnen bijvoorbeeld niet zonder fiscale gevolgen naar de moedermaatschappij worden overgeheveld.
- Contractueel geblokkeerde middelen. Liquide middelen dienen als zekerheid, bijvoorbeeld voor een bankgarantie, en staan op een geblokkeerde rekening.
- Financieringsvoorwaarden. Een bank kan een minimumcashpositie of beperkingen op dividenduitkeringen voorschrijven.
- Joint ventures. Wanneer meerdere aandeelhouders betrokken zijn, kan niet altijd zelfstandig over alle liquide middelen worden beschikt.
Waarom is dit van belang voor de waardebepaling?
Trapped cash kan een directe invloed hebben op de aandeelhouderswaarde en vereist een zorgvuldige analyse. Vaak is dit ook een belangrijk punt van onderhandeling.
Wil je hier meer over weten, neem dan contact op met onze Corporate Finance-adviseurs Ralph Vaessen (06 83 799 619) of Peter Dorenbos (06 1188 9595).