Het besluit over de factureringsverplichtingen is gewijzigd. Meerdere ondernemers kunnen voortaan één gezamenlijke factuur uitreiken voor hun prestaties. Daarop moeten dan wel alle gegevens staan die anders op de aparte facturen zouden moeten staan. Iedere ondernemer blijft wel zelf verantwoordelijk voor de eigen btw-verplichtingen. Verder zijn voortaan ook de transitieoverzichten van reizen met een OV-chipkaart of vergelijkbare kaarten als vervoerbewijs (lees: factuur) aan te merken. Tot slot mag btw-aftrek ook niet meer worden geweigerd als de factuur niet aan alle formele eisen voldoet. Wel moeten alle gegevens aanwezig zijn om te kunnen controleren dat wordt voldaan aan de materiële voorwaarden voor aftrek.
Aanleiding voor de laatstgenoemde wijziging is rechtspraak van het EU-Hof van Justitie uit september 2016 (zaak Barlis ECLI:EU:C:2016:690 en de zaak Senatex ECLI:EU:C:2016:691). Daarin besliste het EU-Hof dat EU-lidstaten de btw-aftrek niet mogen weigeren alleen omdat een factuur niet aan de formele factuurvereisten voldoet. Een btw-ondernemer moet de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te verstrekken. Als de Belastingdienst daardoor alsnog over alle benodigde informatie beschikt om na te gaan of is voldaan aan de materiële voorwaarden voor uitoefening van het aftrekrecht, moet de btw-aftrek worden toegestaan. Op dit punt is het Nederlandse beleid nu aangepast.