twee bv’s in de fiscale dienstverlening ontvangen een beschikking fiscale eenheid (fe). volgens de inspecteur vormen zij een fe, omdat de ene bv de enige bestuurder is van de andere bv. de fe moet vanaf 1 juli 2012 onder haar eigen naam btw-aangifte doen. de bv’s maken bezwaar. dat wordt afgewezen, maar zij gaan niet in beroep. de belastingdienst legt vervolgens naheffingsaanslagen op over de periode 2014 t/m 2017, verhoogd met vergrijpboetes. de bv’s stellen opnieuw dat zij geen fe vormen. een organisatorische verwevenheid zou namelijk ontbreken, omdat de belastingdienst de enige bestuurder van de bestuur-bv had geweigerd als gemachtigde.
de inspecteur stelt volgens rechtbank gelderland terecht dat de beschikking fiscale eenheid inmiddels onherroepelijk is geworden. dat neemt niet weg dat in een later jaar de vraag aan de orde kan worden gesteld of er nog materieel aan de voorwaarden (financiële, economische en organisatorische verwevenheid) van een fe wordt voldaan. volgens de rechtbank zijn in dit geval de feiten en omstandigheden niet gewijzigd, waardoor de fe in stand moet blijven. de weigering van de bestuurder betreft alleen de vertegenwoordigingsbevoegdheid in zijn optreden naar buiten. de fe heeft dan ook geen nieuwe bestuurder aangesteld.