een belastingadviseur dient op 30 maart 2019 de btw-aangifte in voor het tijdvak 2018. zij maakt diezelfde dag de verschuldigde btw over aan de ontvanger van de belastingdienst. die ontvangt het bedrag op 1 april 2019. de btw had echter vóór 1 april moet zijn voldaan. de inspecteur legt daarom een naheffingsaanslag op verhoogd met € 426 verzuimboete wegens niet tijdige betaling. terecht, oordeelt
hof arnhem-leeuwarden. voor een tijdige betaling is doorslaggevend het moment waarop de betaling daadwerkelijk is ontvangen. het risico van vertraging in de betaling komt voor rekening van de belastingadviseur.