Een bouwondernemer laat onderaannemers voor hem werken. Zij declareren hun werkzaamheden aan hem met btw. De bouwondernemer brengt die btw in aftrek. De inspecteur legt hem - naar aanleiding van een boekenonderzoek - een btw-naheffingsaanslag op over de periode 2002 - 2004. Volgens de inspecteur hebben de onderaannemers ten onrechte de verleggingsregeling niet toegepast. Dat is juist, oordeelt de Hoge Raad. Nederland kent een afwijkende regeling, waarbij een eigenbouwer gelijkgesteld wordt met een aannemer. Deze regeling is in 1982 voorgelegd aan de Europese Commissie en dit is goedgekeurd door de Europese Raad.
Verder acht de Hoge Raad ook van belang dat de bouwondernemer er niet in is geslaagd om aan te tonen dat:
de onderaannemers de ten onrechte in rekening gebrachte btw op aangifte hebben voldaan;
of dat de inspecteur zich ten onrechte niet tot de onderaannemers heeft gewend.