verhuur in kader van leegstandswet is geen verhuur voor kort verblijf
Gepubliceerd op: 28 maart 2022
een bv koopt dertien appartementen die zij wil verhuren aan particulieren of beleggers. ze brengt de btw op de aankoop in aftrek. omdat de verkoop niet loopt, besluit de bv om de appartementen gestoffeerd en gemeubileerd tijdelijk te verhuren in het kader van de leegstandswet. zij sluit daartoe huurovereenkomsten van zes maanden. volgens de bv is er sprake van verhuur voor kort verblijf (btw-belast). de inspecteur meent dat sprake is van vrijgestelde verhuur en legt naheffingsaanslagen op. terecht, oordeelt hof arnhem-leeuwarden. er is geen sprake van verhuur voor kort verblijf. dit blijkt uit de gemaakte afspraken.
in de huurovereenkomsten staat dat de huurders een inspanningsverplichting hebben om de huur te verlengen na de 6-maandsperiode. de huurders zijn verder zelf verantwoordelijk voor klein onderhoud en worden rechtstreeks aangeslagen voor allerlei heffingen en lasten. ook staan zij op het adres van de appartementen ingeschreven in de basisadministratie personen.