Hoe moet er worden omgegaan met de toepassing van de btw-vrijstelling voor niet-winstbeogende watersportorganisaties? Hierover zijn 11 vragen en antwoorden gepubliceerd. De vrijstelling kunnen zij alleen toepassen op de terbeschikkingstelling van een lig- en bergplaats als het vaartuig op basis van objectieve kenmerken geschikt en noodzakelijk is voor sportbeoefening. De vragen en antwoorden gaan onder meer in op de toepassing van de btw-vrijstelling voor de terbeschikkingstelling van bepaalde soorten boten. Daarnaast wordt ingegaan op de vraag of de vrijstelling - die geldt voor leden - ook moet worden toegepast op passanten. De toepassing van de herzieningsregeling komt eveneens aan de orde.
Twee Nederlandse btw-vrijstellingen voor de verhuur van lig- en bergplaatsen bleken begin vorig jaar in strijd te zijn met het EU-recht. Het EU-hof van Justitie*) oordeelde dat Nederland de vrijstelling voor de dienstverlening door non-profitwatersportorganisaties enerzijds te streng en anderzijds te ruim toepaste. Te streng, omdat zij ten onrechte aanvullend eiste dat deze sportorganisaties voor hun dienstverlening gebruikmaakten van vrijwilligers en niet van werknemers. Te ruim, omdat de vrijstelling voor de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen ook gold wanneer de verhuur niet samenhing met sportactiviteiten, maar met recreatie of bewoning. In het Belastingplan 2017 is de vrijstelling aangepast conform de uitspraak van het EU-hof.