een bv exploiteert een speelhal met 70 speelautomaten. de bezoekers van de hal kunnen met de automaten actie- en behendigheidsspellen doen. zij betalen geen entreegeld, maar kopen een speeltegoed op een playcard. de bv meent dat het verlaagde btw-tarief van toepassing is op haar diensten. de
hoge raad oordeelt dat de bv niet tegen vergoeding toegang verleent tot de amusementshal. de speelhal is ook niet vergelijkbaar met een kermis, omdat de wezenskenmerken van een kermis ontbreken. zo is een kermis rondreizend en zijn er draaimolen, botsauto’s, etc. die in de speelhal ontbreken. ook is de speelhal geen sportaccommodatie. de diensten zijn terecht belast met 21% btw.