BTW

Ten onrechte toegepast nultarief leidt tot forse vergrijpboetes

In de administratie van een handelaar in gebruikte auto’s zijn 97 (vervoers)documenten opgenomen voor transacties naar Italië. Op de verkoopfacturen wordt geen btw aangegeven. Naar aanleiding van de uitkomsten van een onderzoek naar de afnemers van de auto’s door de Italiaanse belastingdienst, wordt aan de handelaar een naheffingsaanslag btw opgelegd, verhoogd met een vergrijpboete van € 90.000. Terecht, oordeelt Hof Den Bosch. De handelaar maakt niet aannemelijk dat de verkochte auto’s daadwerkelijk naar het buitenland zijn vervoerd. Er zijn namelijk geen gegevens beschikbaar waaruit dit blijkt.

Tip

Levert jouw cliënt goederen aan een afnemer in een andere EU-lidstaat, dan mag hij/zij alleen het nultarief toepassen als de goederen daadwerkelijk naar de andere lidstaat zijn verzonden of vervoerd. Jouw cliënt moet bewijzen dat dit ook feitelijk is gebeurd. Sinds 1 januari 2020 is het aantal bewijsstukken dat daarvoor moet worden overgelegd in beginsel teruggebracht tot twee niet tegenstrijdige bewijsstukken, die onafhankelijk van elkaar zijn opgesteld. Daarbij kun je denken aan een door jouw cliënt zelf ondertekend CMR-document in combinatie met een aan het vervoer gerelateerd bewijs van een onafhankelijke derde (bijvoorbeeld de afnemer). Als jouw cliënt de twee niet tegenstrijdige bewijsstukken kan overleggen, dan wordt aangenomen dat de goederen daadwerkelijk zijn vervoerd naar het land van de afnemer.

 

Btw-id

Jouw cliënt moet bovendien sinds 1 januari jl. beschikken over een geldig btw-identificatienummer (btw-id) van zijn/haar afnemer, om het nultarief te mogen toepassen op zijn/haar intracommunautaire leveringen. Zorg er dus voor dat jouw cliënt altijd het juiste btw-identificatienummer in zijn/haar bezit heeft op het moment dat hij/zij gaat factureren.