pro-rata-aftrek btw op algemene kosten niet deels naar werkelijk gebruik
Gepubliceerd op: 7 mei 2021
een bv verzorgt kinderopvang en heeft een digitaal platform ontwikkeld waarvan derden gebruikmaken. de bv berekent de aftrek van de btw op de algemene kosten - voor zover die betrekking hebben op de platformkosten - aan de hand van het werkelijk gebruik. de btw op de overige algemene kosten stelt zij vast op basis van de omzetverhoudingen. de inspecteur hanteert uitsluitend de pro-rata-methode op basis van de omzetverhoudingen voor de aftrek van btw op alle algemene kosten. dat is terecht, oordeelt de hoge raad. de btw-aftrek bij gemengd gebruik kan niet deels worden berekend op basis van het werkelijk gebruik.
de nederlandse regeling waarbij de btw-aftrek bij gemengd gebruik wordt berekend op basis van het werkelijk gebruik, is volgens de hoge raad niet in strijd met de btw-richtlijn. maar deze berekeningswijze kan alleen worden toegepast als het werkelijk gebruik niet overeenkomt met de mate van aftrek berekend volgens de pro rata naar omzetverhouding. op basis van de btw-richtlijn (artikel 173, lid 2 letters c en d) kan een lidstaat ervoor kiezen om beide verdeelsleutels naast elkaar toe te passen voor de bepaling van de btw-aftrek bij gemengd gebruik. nederland heeft echter geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.