nederland voert tijdelijke algehele verleggingsregeling voorlopig niet in
Gepubliceerd op: 29 mei 2017
Nederland zal voorlopig nog geen gebruikmaken van de tijdelijke (tot 30 juni 2022) algehele verleggingsregeling die de Europese Commissie (EC) heeft voorgesteld. Dit antwoordt staatssecretaris Wiebes op Kamervragen hierover. Nederland voldoet mogelijk nog niet aan de voorwaarden voor toepassing van de regeling. Bovendien heeft de tijdelijke regeling grote gevolgen voor het bedrijfsleven en de Belastingdienst. Zo zullen ingrijpende wijzigingen nodig zijn in de administratie- en IT-systemen, die aan het eind van de periode weer moeten worden teruggedraaid. Ook zal invoering van de tijdelijke regeling leiden tot verzwaring van de uitvoeringslasten bij de Belastingdienst.
Het voorstel van de EC houdt in dat de bestaande verleggingsregeling in bepaalde fraudegevoelige sectoren tijdelijk (tot 30 juni 2022) wordt uitgebreid naar alle binnenlandse leveringen en diensten met een factuurbedrag boven € 10.000. Door de verlegging vinden de btw-afdracht en -inning in hun geheel plaats bij de leverancier of dienstverlener in de laatste schakel van de keten, die levert aan de (particuliere) eindconsument. Zo wordt btw-carrouselfraude in de tussenliggende schakels voorkomen.
Hoewel Nederland voorlopig de bestaande verleggingsregeling niet zal uitbreiden, kan deze toch ook voor Nederland gevolgen hebben, omdat andere EU-lidstaten wel gebruikmaken van de regeling.