een man koopt in 2011 een hre-ketel. deze cv-ketel wekt zowel warmte als elektriciteit op. de overtollige elektriciteit wordt teruggeleverd aan het stroomnet. de man dient een btw-teruggaafverzoek in. vervolgens kent de belastingdienst kent een vooraftrek toe van 12%, gebaseerd op een onderzoeksrapport.
rechtbank noord-nederland wijst die berekeningswijze af. de vooraftrek wordt bepaald door de mate van gebruik voor bedrijfsdoeleinden, waarbij het werkelijk gebruik van de hre-ketel het uitgangspunt moet zijn. de rechtbank sluit daarvoor aan bij de geldwaarde van de totale werkelijke opbrengst van de hre-ketel. deze praktische berekening leidt tot een hogere btw-aftrek.