BTW

Levering bouwterrein bij verschillende leveranciers van bouwrecht en grond

Een man is mede-eigenaar van een perceel grond. Hij verhuurt een deel van de grond tussen oktober 2016 en eind 2017. In december 2017 wordt het niet verhuurde deel verkocht. Op 28 maart 2018 wordt de grond kadastraal afgesplitst en op 9 mei 2018 geleverd. In de koopovereenkomst staat dat de grond is bestemd voor de woningbouw. De man meent dat hij geen btw-ondernemer is en dat  - als hij dat wel is - de levering van de grond dan is vrijgesteld. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de tijdelijke verhuur van de grond kwalificeert als btw-ondernemersactiviteit en dat de verkoop van de grond binnen de onderneming heeft plaatsgevonden. De levering betreft een bouwterrein en is met btw belast.

De tijdelijke verhuur van de grond betreft de exploitatie van een onroerende zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Dit kwalificeert voor het btw-ondernemerschap.

De levering van de grond betreft in dit geval de levering van een bouwterrein. In de koopovereenkomst staat immers dat de grond is bestemd voor woningbouw. Ook het feit dat het bouwrecht wordt geleverd door een derde (een vof), doet niet af aan de kwalificatie als ‘bouwterrein’.

 

Levering na einde btw-ondernemerschap

De levering van de verkochte grond vond plaats na het einde van de verhuur van de grond – dus na het einde van het btw-ondernemerschap. Dit maakt de levering niet onbelast. Volgens de rechtbank is daarvoor het moment bepalend waarop de verkoopovereenkomst van de grond is gesloten. Dat was tijdens het bestaan van het btw-ondernemerschap.  Om die reden is ook de levering van het bouwterrein belast met btw.