De inspecteur stelt zich op het standpunt dat in 2022 de KOR nog van toepassing is, waardoor de ondernemer geen recht had op aftrek van de verlegde btw. Hij legt daarom een naheffingsaanslag van € 15.021 op. Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het daarmee eens. De ondernemer maakt niet aannemelijk dat zijn omzet in 2022 de omzetgrens van € 20.000 had overschreden, waardoor zijn activiteiten in de btw-heffing zouden zijn gevallen en hij daardoor wel recht op btw-aftrek had gehad. Bovendien had hij zich niet tijdig afgemeld voor de KOR. Hij had namelijk pas op 29 juni 2023 een verzoek om beëindiging van de KOR per 1 januari 2023 ingediend. De inspecteur had de KOR pas per 1 oktober 2023 beëindigd.
Tip
Komt je klant in het kalenderjaar met zijn of haar omzet boven de omzetgrens van € 20.000? In dat geval moet hij/zij zich direct afmelden voor de KOR. Na het afmelden valt de (overige) omzet in de btw-heffing. Je klant moet dan btw afdragen en btw-aangifte doen. Dat geldt ook al voor de levering of dienst waarmee hij of zij de omzetgrens heeft overschreden. Je klant krijgt dan ook weer aftrekrecht voor zover hij/zij belaste leveringen en diensten verricht.
Wil je klant per 1 januari 2027 geen gebruik meer maken van de KOR? Dan moet hij/zij zich daarvoor uiterlijk op 3 december 2026 hebben afgemeld.