Een ondernemer exploiteert in 2022 een webshop. Hij neemt diensten af uit Denemarken (€ 2.258), Ierland (€ 67.133) en Zweden (€ 2.138). Hierover is hij € 15.021 aan verlegde btw verschuldigd. Hij past in 2022 de kleineondernemersregeling (KOR) toe. In september 2022 vraagt hij de inspecteur of zijn activiteiten in Nederland onderworpen zijn aan btw-heffing. De inspecteur stelt vast dat de ondernemer geen belaste btw-leveringen in Nederland verricht. De ondernemer meent echter dat de KOR in 2022 buiten toepassing moet blijven vanwege overschrijding van de omzetgrens van € 20.000 en dat hij recht heeft op vooraftrek van de verlegde btw.