invoering kansspelbelasting kan leiden tot buitensporige last
Gepubliceerd op: 14 april 2017
Een BV heeft een exploitatievergunning voor speelautomaten. Zij stelt haar speelautomaten tegen vergoeding ter beschikking aan gelieerde BV's. Die BV's exploiteren de automaten. Tot 1 juli 2008 was de omzet belast met btw, daarna met 29% kansspelbelasting. De BV meent dat deze regimewijziging bij haar heeft geleid tot een individuele en buitensporige last. Of hiervan sprake is, kan niet alleen worden beoordeeld op grond van financiële resultaten, oordeelt de Hoge Raad. Er kan sprake zijn van een individuele en buitensporige last, als een maatregel in een individueel en concreet geval zich meer laat voelen dan in het algemeen. Hof Arnhem-Leeuwarden gaat dit uitzoeken.
Sinds 1 juli 2008 vallen de kansspelautomaten onder de Wet op de kansspelbelasting. Het gevolg hiervan is dat sindsdien:
de btw-vrijstelling van artikel 11, lid 1, onderdeel l Wet OB van toepassing is op de exploitatieopbrengsten van de kansspelautomaten; en
de exploitant niet langer recht heeft op btw-aftrek.