huur niet meer inbaar maar btw te laat teruggevraagd
Gepubliceerd op: 11 september 2017
Een BV verhuurt sinds 2005 een pand aan een andere BV. Vanaf 1 juli 2010 wordt ook de inboedel aan deze huurder verhuurd. De huurder betaalt echter geen huur meer vanaf het tweede kwartaal van 2010. Eind april 2012 sluiten de BV en de huurder een vaststellingsovereenkomst met elkaar, waarbij zij afspreken dat de openstaande huurschuld (inmiddels ruim € 1 miljoen) wordt voldaan door omzetting in een rekening-courantschuld. Eind 2013 is de huurovereenkomst opgezegd. In mei 2014 vraagt de BV de btw op de gefactureerde huur terug. Dat is te laat, oordeelt Hof Den Bosch. Het was al veel eerder duidelijk dat de huur niet meer inbaar was.
Sinds 1 januari 2017 ontstaat het recht op btw-teruggaaf op gefactureerde – maar niet geïnde -vergoedingen al uiterlijk 1 jaar na het tijdstip waarop de vordering opeisbaar is geworden. Attendeer uw cliënten met openstaande facturen hierop.