het niet voldoen aan btw-suppletieplicht is geen strafbaar noch beboetbaar feit
Gepubliceerd op: 23 juli 2018
de bv’s van een transportonderneemster verkeren in zwaar weer. zij dient daarom op advies van haar accountant te lage btw-aangiften in met de bedoeling om later suppletieaangiften in te dienen. dat gebeurt echter niet. het openbaar ministerie (om) vervolgt de onderneemster voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften én voor het niet voldoen aan de suppletieplicht. de vervolging is terecht voor het eerste feit maar voor het tweede feit niet, oordeelt hof den bosch. de wet ob noch artikel 10a awr bieden de mogelijkheid tot strafvervolging voor het niet voldoen aan de suppletieplicht. ook is dit feit niet beboetbaar. dat is in strijd met het verbod op zelfincriminatie.
de accountant is niet vervolgd, terwijl hij wel ‘medepleger’ is. de onderneemster stelde dat zij daarom ook niet zou moeten worden vervolgd en dat het om niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard. het hof oordeelt echter dat het ernstig tekortschieten van de accountant, niet automatisch betekent dat bij de onderneemster zelf geen sprake kan zijn van (voorwaardelijke) opzet.
de onderneemster wordt voor het niet voldoen aan de suppletieplicht ontslagen van alle rechtsvervolging. het kan zijn dat het om zich daarom niet neerlegt bij de uitspraak van het hof en cassatie instelt bij de hoge raad. dan pas wordt duidelijk wat de strafrechtelijke en bestuursrechtelijke gevolgen zijn van het niet voldoen aan de suppletieplicht.