geen vergoeding invorderingsrente bij ambtshalve btw-teruggaaf
Gepubliceerd op: 13 februari 2023
een ondernemer verhuurt een onroerende zaak in nederland onder toepassing van de verleggingsregeling. hij dient op 29 september 2020 een suppletieaangifte in over het tijdvak 1 januari 2017 – 31 januari 2017. er is namelijk € 7.465 te weinig voorbelasting in aftrek gebracht. de suppletie wordt geaccepteerd als ambtshalve teruggaaf en op 1 december 2020 uitbetaald. daarbij is € 27 belastingrente vergoed. de ondernemer meent ook recht te hebben op vergoeding van invorderingsrente over de periode 1 maart 2018 – 24 november 2020. in die periode heeft hij niet over het bedrag van teruggaaf kunnen beschikken. daarmee is er volgens hem sprake van belasting die in strijd met het unierecht is geheven.
als er sprake is van in strijd met het unierecht geheven belasting, bestaat er recht op een rentevergoeding op grond van artikel 28c invorderingswet (iw). rechtbank zeeland-west-brabant is het echter met de inspecteur eens dat daarvan hier geen sprake is. de ondernemer heeft zelf te laat om teruggaaf van voorbelasting gevraagd. de inspecteur heeft op grond van de hem toekomende ambtshalve bevoegdheid het teruggaafverzoek in behandeling genomen en de teruggaaf verleend. hiervoor is artikel 28c iw niet bedoeld. de vergoeding van invorderingsrente is terecht geweigerd.