geen uitstel btw-afdracht door storting op derdengeldenrekening
Gepubliceerd op: 23 mei 2022
een bv verkoopt op 9 oktober 2015 een pand en op 28 oktober 2015 koopt zij een ander pand. bij de koop verplicht zij zich tot een garantstelling ten behoeve van de verkoper. op 4 december 2018 levert de bv het verkochte pand aan de koper, zonder daarbij een factuur uit te reiken. de koper stort de koopsom op een derdengeldenrekening van een notaris. deze koopsom dient als garantstelling voor de verkoper van het aangekochte pand, zo blijkt uit de notarisafrekening van 4 maart 2019. de bv geeft de verschuldigde btw voor het verkochte pand aan in de btw-aangifte over het eerste kwartaal van 2019. dat is volgens rechtbank zeeland-west-brabant te laat.
de rechtbank oordeelt dat de bv de btw over de levering van het verkochte pand had moeten afdragen in het laatste kwartaal van 2018. zij heeft namelijk op 4 december 2018 – de dag van de afwikkeling van de verkooptransactie – de koopsom ontvangen op de derdengeldenrekening van de notaris. het feit dat de bv de koopsom kon aanwenden voor de garantstelling betekent dat zij vanaf dat moment hierover kon beschikken. daarom heeft zij voor de btw op dat moment de vergoeding ontvangen. de btw-naheffingsaanslag over het laatste kwartaal 2018 is terecht opgelegd.