Geen samenloopvrijstelling bij verbouwing kantoorpand naar hotel
Gepubliceerd op: 24 augustus 2026
Een commanditaire vennoot koopt met drie andere commanditaire vennoten een tot hotel getransformeerd kantoorgebouw. De verkoper heeft daartoe allerlei verbouwingswerkzaamheden laten uitvoeren. Daarna is het gebouw btw-belast verhuurd aan een hotelexploitant. De commanditaire vennoot maakt bezwaar tegen de overdrachtsbelasting (OVB) die hij ter zake van de verkrijging heeft afgedragen. Hij meent dat de samenloopvrijstelling van toepassing is, omdat er sprake zou zijn van een vervaardigd goed in de zin van de Wet OB. Hof Den Bosch oordeelt echter dat de verbouwing geen vervaardigd goed heeft voortgebracht.
Volgens het hof is de verbouwing niet zó ingrijpend geweest dat er sprake is van een nieuw vervaardigd goed. De wijzigingen in de bouwkundige constructie van het gebouw zijn te beperkt om te spreken van ‘in wezen nieuwbouw’. Ook in relatieve zin is daarvan geen sprake volgens het hof. Van de totale verbouwingskosten van € 14.279.100 (exclusief btw) heeft namelijk slechts € 848.285 (exclusief btw) betrekking op constructieve ingrepen. Dat komt neer op ongeveer 6% van het bouwbudget. De functiewijziging van het gebouw noch de omvang van de investeringen doet aan dit oordeel af. Deze omstandigheden zijn niet doorslaggevend.