Volgens het hof is de verbouwing niet zó ingrijpend geweest dat er sprake is van een nieuw vervaardigd goed. De wijzigingen in de bouwkundige constructie van het gebouw zijn te beperkt om te spreken van ‘in wezen nieuwbouw’. Ook in relatieve zin is daarvan geen sprake volgens het hof. Van de totale verbouwingskosten van € 14.279.100 (exclusief btw) heeft namelijk slechts € 848.285 (exclusief btw) betrekking op constructieve ingrepen. Dat komt neer op ongeveer 6% van het bouwbudget. De functiewijziging van het gebouw noch de omvang van de investeringen doet aan dit oordeel af. Deze omstandigheden zijn niet doorslaggevend.