geen naheffing na ambtshalve btw-teruggave voor dirigent
Gepubliceerd op: 8 april 2019
een dirigent van enkele zangkoren past het verlaagde btw-tarief toe op de vergoedingen die hij vraagt voor de begeleiding bij uitvoeringen. in 2013 dient hij suppleties in over de periode 2008 t/m 2011. hij meent dat het verlaagde btw-tarief ook van toepassing is op de repetities die samenhangen met de uitvoeringen. hierbij baseert hij zich op de uitspraak van rechtbank haarlem uit 2011. de teruggaven over 2008 t/m 2011 worden ambtshalve verleend, maar naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur in 2015 alsnog naheffingsaanslagen op. hij meent dat er op grond van geldend beleid geen terugwerkende kracht kan worden verleend aan de uitspraak van rechtbank haarlem. ten onrechte, oordeelt hof den bosch.
het hof stelt vast dat in de periode 2008 tot en met 2011 het verlaagde btw-tarief van toepassing was op de diensten van de dirigent. na de ambtshalve verminderingen is er sprake van een situatie waarin de dirigent btw heeft afgedragen tegen het verlaagde tarief. er is dan geen sprake van te weinig geheven belasting. de ambtshalve teruggegeven btw kan dan niet worden nageheven. dat dit in strijd is met het geldende beleid, doet daar niet aan af. dat beleid creëert op zichzelf namelijk geen bevoegdheid tot naheffing.