De staatssecretaris van Financiën heeft zijn cassatieberoep in de procedure tegen een organisator van obstacle runs ingetrokken. Hij verwacht dat het cassatieberoep geen kans op succes heeft. Hij baseert zijn beslissing onder meer op de uitspraak van het EU-Hof van Justitie van 18 januari 2018 (C-463/16). Daarin besliste het EU-hof dat bij één ondeelbare dienst slechts één btw-tarief van toepassing kan zijn. Dit tarief moet worden bepaald aan de hand van het hoofdelement van de prestatie. Bij de obstacle runs is het hoofdelement de sportbeoefening. Het verstrekken van een T-shirt bij inschrijving en een drankje bij de finish zijn bijkomende prestaties, die dus het tarief volgen van de hoofdprestatie.