btw-naheffingsaanslag over foutief tijdvak vernietigd
Gepubliceerd op: 9 juni 2020
een onderneemster sluit in juli 2012 een agentuurovereenkomst met een bv. zij bemiddelt bij de totstandkoming van overeenkomsten tussen de bv en potentiële klanten. op 1 oktober 2014 laat de vrouw haar onderneming uitschrijven uit het handelsregister en op 31 mei 2015 sluit zij een vaststellingsovereenkomst (vso) met de bv, waarin een beëindigingsvergoeding wordt afgesproken. in mei 2016 richt zij een nieuwe onderneming op, gevestigd in de verenigde arabische emiraten. na een boekenonderzoek legt de inspecteur haar een btw-naheffingsaanslag op met een fikse boete over het eerste kwartaal 2016. de naheffingsaanslag moet worden vernietigd, oordeelt rechtbank den haag.
de rechtbank stelt vast dat de onderneming van de vrouw in nederland is gevestigd, omdat zij in de periode 2012 – 2016 meestal in nederland verbleef. haar eerste onderneming was in nederland ingeschreven en dat was ook in de vso vermeld. de beëindigingsvergoeding moet volgens de rechtbank worden gezien als een afkoopsom voor het afzien van verdere rechten uit de agentuurovereenkomst. de btw over die vergoeding is de vrouw verschuldigd in het tweede kwartaal van 2015. de naheffingsaanslag en de vergrijpboete komen daarom te vervallen. deze waren namelijk opgelegd over het tijdvak eerste kwartaal 2016, dus te laat.