een stichting organiseert jaarlijks een multicultureel muziekfestival. de eerste jaren is de toegang tot het festival nog gratis, maar vanaf 2007 betalen de bezoekers entreegeld. de stichting verpacht op het festivalterrein stands voor een informatiemarkt. daarnaast bestaan haar inkomsten uit subsidie van de gemeente, horecaomzet en sponsorbijdragen. haar belaste omzet uit verpachtingen, horeca en sponsorbijdragen bedraagt respectievelijk 14% in 2003, 10% in 2004, 19% in 2005 en 19% in 2006. de stichting trekt sinds 2003 de btw op de kosten volledig af. de inspecteur stelt dat de stichting geen btw-ondernemer is en weigert de btw-aftrek. maar is dat terecht?
rechtbank leeuwarden is het daar niet mee eens. volgens de rechtbank is de stichting wel btw-ondernemer. zij organiseert alle genoemde activiteiten op commerciële basis, ook al worden deze aanvankelijk uit subsidies gefinancierd. een ondernemer kan ervoor kiezen om een prestatie tijdelijk om niet te verstrekken met het oog op het verkrijgen van marktaandeel. hiermee handelt zij niet in strijd met haar economische belangen. de stichting kan alle aan haar in rekening gebrachte btw in aftrek brengen. de naheffingsaanslagen 2003 tot en met 2005 moeten worden vernietigd en voor 2006 moet btw-teruggaaf worden verleend.