In deze kwestie was de vakantie al vastgesteld voordat de medewerker ziek werd. Het was onduidelijk of de zieke medewerker re-integratiemogelijkheden had. De bedrijfsarts kon hier niet over oordelen, omdat de zieke medewerker al met de zuiderzon naar Spanje was vertrokken. Er was een consult bij de bedrijfsarts ingepland, maar de medewerker kon daar niet naartoe, omdat hij al in Spanje zat. Verder was vóóraf de afspraak gemaakt dat hij bij zijn behandelaren zou nagaan of deze van mening waren dat deze vakantie zijn herstel niet zou belemmeren. Die afspraak was hij niet nagekomen. De werkgever schreef vervolgens de dagen af tegen de zin van de zieke medewerker, die van mening was dat dit niet mocht.
Tijd nodig voor beoordeling
De Rotterdamse rechter waardeert het niet dat de medewerker niet naar het consult is gegaan en zich niet aan de gemaakte afspraak heeft gehouden. De rechter is er dan ook gauw klaar mee. Zo vindt de rechter dat de zieke medewerker óók bij een vastgestelde vakantie toestemming moet vragen (dus opnieuw?). Op die manier heeft de werkgever namelijk de gelegenheid om – via de bedrijfsarts – uit te zoeken of de vakantie passend is en het herstel niet belemmert. Bovendien was de zieke medewerker niet vrijgesteld van re-integratie, want in de praktijk was gebleken dat hij daartoe in staat was. De werkgever mocht de vakantiedagen dus afschrijven.
Kortom, wat hier volgens de rechter de doorslag geeft, is dat de werkgever de ruimte moet krijgen om te kunnen beoordelen of de vakantie wel passend is. Dit gezien de medische situatie van de zieke werknemer. Pas daarna kan een definitieve toestemming volgen.
Heb je vragen over werknemersverzekeringen, ziekte of arbeidsongeschiktheid? Neem dan contact op met mr. Joyce B.E. Paashuis via j.paashuis@fiscount.nl.