het
college van beroep voor het bedrijfsleven (cbb) heeft beslist dat de rvo voor de berekening van het omzetverlies mocht uitgaan van de omzet in de btw-aangiften. volgens de toelichting op de tvl moet worden gekeken naar de netto-omzet (artikel 2:377, zesde lid, bw). de wetgever heeft volgens het cbb bewust voor de btw-aangifte gekozen om het omzetverlies te bepalen. zowel vanuit uitvoerbaarheid als vanuit administratieve lastenverlichting is het wenselijk dat de groep ondernemingen die kwartaalaangiften omzetbelasting doet, zijn omzet aantoont met zijn btw-aangiften. zoals het
cbb eerder heeft overwogen, biedt de tvl geen grondslag voor afwijking van deze berekeningswijze.