De CRvB heeft in de uitspraak van 8 oktober jl. bepaald dat huishoudelijke hulpen ten onrechte zijn uitgesloten van het recht op een ZW-uitkering. De betreffende regeling is naar het oordeel van de CRvB discriminatoir en daarmee in strijd met de Europese Richtlijn (Richtlijn 79/7/EEG), die ziet op gelijke behandeling van mannen en vrouwen. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd binnen de groep huishoudelijke hulpen. De uitsluiting raakt dus vooral hen, zij het indirect. De CRvB constateert daarbij dat de doelstellingen – het tegengaan van zwartwerken en meer werkgelegenheid creëren – niet zijn bereikt. Hierdoor bestaat er geen rechtvaardiging meer voor deze uitsluiting.

Commentaar
Deze uitspraak van de CRvB past naar mijn mening in de lijn van de jurisprudentie (de Toeslagenaffaire) waarin de CRvB de socialezekerheidswetten en de uitvoering daarvan zeer kritisch benadert en een belangenafweging maakt. Daarbij nemen de belangen van de verzekerde een steeds prominentere rol in; de zwakkere partij wordt beschermd. Dit geeft een duidelijk signaal af richting de wetgevings- en uitvoeringspraktijk, om rekening te houden met de (inkomens)positie van de verzekerden. Hopelijk pakken de politiek en de uitvoeringspraktijk dit signaal ook op.

Tip
Het is belangrijk om de beslissingen van het UWV zeer kritisch te beoordelen. Probeer daarom ook te achterhalen of de belangenafweging wel op juiste wijze heeft plaatsgevonden.

Heb je hulp nodig bij het beoordelen van een vergelijkbare situatie? Neem dan contact op met mr. Gert-Jan van Dijk via gj.vandijk@fiscount.nl of 038-45 61 900.